Het in werking treden van nieuwe regelgeving gaat vaak gepaard met de nodige onduidelijkheden bij de partijen die met die regelgeving moeten werken. Ook tijdens de implementatie van het Besluit en de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen is dit het geval. Na bijna een jaar met de nieuwe regelgeving gewerkt te hebben, blijken er in de praktijk een aantal misverstanden te bestaan. Hieronder vindt u de veertien grootste misverstanden.
Als u op de tekst klikt, verschijnt een nadere uitleg over het misverstand direct eronder.
| Misverstand 1 | Ik ben een aannemer. Voor mij zijn de administratieve lasten door het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen sterk toegenomen |
In augustus 2005 werd in de media aandacht geschonken aan het effect van de nieuwe afvalregelgeving op de administratieve lasten voor het bedrijfsleven. De media deelde daarbij mee dat de administratieve lasten voor vooral aannemers aanzienlijk zijn toegenomen. Zo zou een gemiddeld aannemingsbedrijf, volgens het nieuwsbericht, jaarlijks ruim 26.000 extra formulieren moeten invullen. De informatie die de media gaf wijkt echter af van de werkelijkheid. Daarnaast werd niet duidelijk welke nieuwe regelgeving voor deze extra administratieve lasten zorgt, het Besluit inzamelen afvalstoffen (BIA) en de daarbij behorende Regeling vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars van afvalstoffen (RIA), of het Besluit en de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. Kijkend naar de verplichtingen voor het melden en registreren van afvalstoffen, golden er voor het op 1 januari 2005 in werking treden van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen al vergelijkbare verplichtingen. Deze verplichtingen waren vastgelegd in de Provinciale Milieuverordeningen (PMV’s) van de provincies. Volgens die verplichtingen moest bijvoorbeeld tijdens transport van bouw- en sloopafval ook al een begeleidingsbrief (PMV-formulier) aanwezig zijn. Daarnaast dienden deze afvalstromen, met uitzondering van groene-lijst afvalstoffen, te worden gemeld als de aannemer de afvalstoffen naar zijn eigen inrichting bracht om bijvoorbeeld sorteerwerkzaamheden uit te voeren. Bij de PMV was er de aannemersregeling. Hierbij kon een aannemer per provincie, per afvalstof, per locatie bestemming en per verwerkingsmethode één algemeen afvalstroomnummer krijgen. In de nieuwe situatie is deze aannemersregeling komen te vervallen. Wél kan men voor de afvalstoffen die in bijlage A van de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen staan, de inzamelaarsregeling gebruiken. Hierbij ontvangt de aannemer, als hij zijn afvalstoffen zelf transporteert, één afvalstroomnummer per afvalstof en per locatie van besteming voor geheel Nederland. Uiteraard op voorwaarde dat de vaste gegevens van het afvalstroomnummer niet wijzigen. |
| Misverstand 2 | Mijn milieuvergunning is door de provincie afgegeven, ik moet de ontvangst van afvalstoffen dus melden |
De meldingsplicht voor inrichtingen die een vergunning van de provincie hebben geldt alléén voor inrichtingen die vallen onder categorie 28.4 van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb). Valt de inrichting wel onder het bevoegd gezag van de provincie (Gedeputeerde Staten), maar is deze inrichting ingedeeld in een andere categorie, dan geldt de meldingsplicht dus niet. Een voorbeeld hiervan zijn inrichtingen die uitsluitend vallen onder categorie 28.5 van het Ivb. Deze inrichtingen ontvangen bijvoorbeeld metalen om deze te be- of verwerken. Overigens geldt wel voor inrichtingen die deels onder categorie 28.4 en deels in een andere categorie (bijvoorbeeld categorie 28.5) zijn ingedeeld, dat zij de ontvangst van alle afvalstoffen moeten melden. |
| Misverstand 3 | Ik moet altijd voor iedere klant een apart afvalstroomnummer aanmaken |
Het afvalstroomnummer staat voor een aantal vaste gegevens, namelijk: de afzender, ontdoener of indien van toepassing de inzamelaar, herkomst, soort afval (Euralcode), bestemming, verwerkingsmethode. Als een van deze vaste gegevens wijzigt, dan ontstaat er in feite een nieuwe afvalstroom en moet er een nieuw afvalstroomnummer opgemaakt worden. Er zijn situaties waarbij u niet per klant (ontdoener) een afvalstroomnummer hoeft aan te maken. Dat is allereerst het geval als de afvalstoffen in route worden ingezameld*. Daarnaast bevat bijlage 2 van de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen een lijst met afvalstromen (op basis van Eural-codering) waarop u de inzamelaarsregeling mag toepassen. Hierbij ontvangt niet de primaire ontdoener, maar de inzamelaar het afvalstroomnummer. * Routeinzameling is inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen volgens een vooraf bepaalde route waarbij de afvalstoffen tijdens het vervoer worden samengevoegd met gelijksoortige afvalstoffen die worden afgegeven door verschillende personen. Let op: Routeinzameling van gevaarlijke afvalstoffen is alleen mogelijk bij de volgende afvalstoffen:
|
| Misverstand 4 | Omdat ik bouwstoffen transporteer, hoef ik voor het transport geen begeleidingsbrief te gebruiken |
Tijdens het transport van afvalstoffen moet, behoudens een aantal uitzonderingen, altijd een begeleidingsbrief aanwezig zijn. Het misverstand bestaat soms dat men denkt dat een bouwstof geen afvalstof (meer) is. Dit is echter niet altijd waar. Een bouwstof kan best een afvalstof zijn. Een voorbeeld hiervan is grond, dat van het ene werk naar het andere werk wordt getransporteerd. Tijdens dit transport moet u wel degelijk een begeleidingsbrief bij u hebben. Als de bouwstof geen afvalstof (meer) is, dan heeft u inderdaad geen begeleidingsbrief nodig. Overigens is de provincie bevoegd gezag voor het vraagstuk "afval of geen afval". De provincie bepaalt wanneer men spreekt over een afvalstof en wanneer niet. |
Bij de afgifte van bedrijfsafvalstoffen moet u vanaf 50 kilogram per afvalstof per afgifte altijd een uniek afvalstroomnummer toekennen, waarbij u de reguliere systematiek hanteert. Dat betekent dus dat u het afvalstroomnummer moet toekennen aan de daadwerkelijke (= fysieke) ontdoener, dat is dus het bedrijf waar het afval is ontstaan. Dit houdt in dat u per klant een uniek afvalstroomnummer moet toekennen. Als een van deze vaste gegevens van het afvalstroomnummer wijzigt, dan ontstaat er in feite een nieuwe afvalstroom en moet er een nieuw afvalstroomnummer opgemaakt worden. Tijdens het transport van bedrijfsafvalstoffen tot een hoeveelheid van 500 kilogram geldt echter wel een uitzondering voor de begeleidingsbrief. Tot deze hoeveelheid mag men bedrijfsafvalstoffen zonder begeleidingsbrief naar u toebrengen. |
| Misverstand 6 | Op de begeleidingsbrief is het afvalstroomnummer een verplicht veld. Ik moet dus altijd een afvalstroomnummer invullen, ook als voor het transport geen afvalstroomnummer nodig is |
Als om welke reden dan ook geen afvalstroomnummer nodig is, bijvoorbeeld voor het transport van afval naar een niet-ontvangstmeldingsplichtige ontvanger, dan hoeft u geen afvalstroomnummer op de begeleidingsbrief te vermelden. U mag dan bij het afvalstroomnummer de term ‘n.v.t.’ toepassen. Dit geldt overigens ook voor het VIHB-nummer. Ook dit nummer staat als een verplicht veld op de begeleidingsbrief. Als voor het transport geen VIHB-nummer nodig is, bijvoorbeeld bij eigen transport, dan volstaat het ook daar om de term ‘n.v.t.’ te gebruiken. |
| Misverstand 7 | Ik moet de ontvangst van particulier afval melden én tijdens transport moeten particulieren een begeleidingsbrief gebruiken |
Het Besluit en de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen heeft geen betrekking op huishoudelijk afval, tenzij het om afval gaat dat in route- of via de inzamelaarsregeling is ingezameld. Huishoudelijke afvalstoffen worden na inzameling namelijk behandeld als bedrijfsafvalstoffen (artikel 10.36 van de Wet milieubeheer). Als particulieren zelf hun afvalstoffen komen brengen, dan is geen afvalstroomnummer nodig en hoeft tijdens het transport geen begeleidingsbrief aanwezig te zijn. Vaak moet u volgens de milieuvergunning wel een registratie bijhouden van het ontvangen huishoudelijk afval. In de praktijk blijkt soms dat bedrijven de ontvangst van huishoudelijk afval wel willen melden. Dit komt dan vaak doordat zij met software werken die gekoppeld is met de financiële administratie. In deze situatie mag u het huishoudelijk afval wel melden. Hierbij mag u per afvalstof en verwerkingsmethode een algemeen afvalstroomnummer toekennen, waarbij u zelf als ontdoener en locatie van herkomst staat vermeld. In de gebruikelijke benaming dient u dan wel aan te geven dat het om huishoudelijk afval gaat, bijvoorbeeld door hier: ‘Metalen afkomstig van particulieren’ te melden. |
Op de begeleidingsbrief moet altijd de vervoerder vermeld zijn die op dat moment daadwerkelijk het transport verzorgt. Dat betekent dus dat, als u als vervoerder een andere vervoerder inhuurt, dat deze vervoerder een eigen VIHB-nummer moet hebben. |
| Misverstand 9 | Als mijn meldingen niet door de technische controle van AMICE komen heb ik wel aan mijn meldverplichting voldaan, ik heb de gegevens immers al opgestuurd |
Als u uw meldingen via uw software opstuurt voert AMICE altijd eerst een technische controle uit. Tijdens deze controle beoordeelt het systeem of uw melding technisch volledig en correct is (onder andere bestaand bedrijfsnummer, locatie van herkomst, Eural-code en/of verwerkingsmethode). Dit is géén inhoudelijke controle. Er wordt dus niet bepaald of u de juiste Eural-code aan de afvalstof hebt toegekend of dat u inderdaad die verwerkingsmethode mag toepassen. Dat gebeurt in een later stadium, als uw melding al is geaccepteerd. Als uw meldingen in de technische controle door het systeem wordt afgekeurd betekent dat, dat deze meldingen niet in het systeem worden opgenomen. Technisch afgekeurde meldingen worden daarmee beschouwd als niet gemeld. U heeft voor die meldingen dus niet aan de verplichtingen voldaan, tot u de melding heeft aangepast, doorgestuurd en AMICE uw melding wel technisch heeft goedgekeurd. |
| Misverstand 10 | Ik ontvang batterijen, autowrakken, autobanden, elektrische en elektronische apparatuur en/of verpakkingsafval. Ik hoef de ontvangst hiervan niet te melden |
Als u onder de reikwijdte van de meldingsplicht valt, moet u de ontvangst van alle afvalstoffen melden. Het Besluit en de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen bevatten echter wel een aantal uitzonderingen voor de meldingsplicht. Deze uitzonderingen hebben betrekking op inrichtingen waarin batterijen, autowrakken, autobanden, elektrische- en elektronische apparatuur en/of verpakkingsafval worden opgeslagen, overgeslagen of worden bewerkt (dus niet verwerkt!). Als u deze afvalstoffen ontvangt kan het zijn dat u de ontangst van deze afvalstoffen niet hoeft te melden. U hoeft de ontvangst van deze afvalstoffen niet te melden, als u deze ontvangt omdat u een innameverplichting voor deze afvalstoffen heeft (artikel 10.17 van de Wet milieubeheer), of als u zelf geen innameverplichting heeft, maar deze afvalstoffen ontvangt op verzoek of in opdracht van een uitvoeringsorganisatie. De uitzondering is ingevoerd, omdat in het kader van de innameverplichting al diverse soortgelijke verplichtingen bestaan. |
In het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen staan een aantal uitzonderingen voor de ontvangstmeldingsplicht. Deze uitzonderingen gelden als de afgifte betrekking heeft op:
Voor bedrijfsafvalstoffen geldt dus, dat het niet nodig is om een afvalstroomnummer toe te kennen en om de ontvangst hiervan te melden, als deze in een hoeveelheid van niet meer dan 50 kilogram per afgifte worden afgegeven. Voor gevaarlijke afvalstoffen geldt de uitzondering echter alleen als de afvalstoffen worden afgegeven aan een inrichting die alleen gevaarlijke afvalstoffen mogen ontvangen tot een hoeveelheid van 50 kilogram per afgifte. Mag u per afgifte een grotere hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst nemen, dan moet u voor de ontvangst van hoeveelheden van kleiner dan 50 kilogram per afgifte ook een afvalstroomnummer toekennen en moet u de ontvangst van deze afvalstoffen ook melden. |
| Misverstand 12 | Als ik afvalstoffen in-, uit- of doorvoer moet ik binnen Nederland vanaf of tot de grens gebruikmaken van een vormvaste begeleidingsbrief |
Voor het in-, uit- of doorvoeren van afvalstoffen gelden de verplichtingen uit de EVOA. In de EVOA staat onder andere wanneer een kennisgevingsprocedure moet plaatsvinden en welke documenten u tijdens het transport aanwezig moet hebben. Zo kent de EVOA een eigen begeleidingsbrief (het zogenaamde transportformulier). In de EVOA staat dat voor het vervoer van afvalstoffen een transportformulier aanwezig moet zijn. Dit transportformulier is in de EVOA vastgesteld en wijkt af van de begeleidingsbrief van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. In dit laatste Besluit staat dat voor het transport geen begeleidingsbrief nodig is, als het om transport van afval gaat waarvoor soortgelijke verplichtingen gelden in het kader van de EVOA. Het bovenstaande betekent, dat voor het in-, uit- of doorvoeren van afvalstoffen geen standaard begeleidingsbrief nodig is, maar dat u bij deze afvalstoffen gebruikmaakt van het in de EVOA vastgestelde transportformulier. Ook dus voor het transport van deze afvalstoffen binnen Nederland. Meer informatie over de EVOA kunt u vinden op de website van Uitvoering Afvalbeheer. |
Dit is onjuist. Als er sprake is van een afvalstof, moeten alle ontvangsten en afgiften door de meldingsplichtige Wm-inrichting worden gemeld. Als er sprake is van een grondstof, moeten de meldingsplichtige Wm-inrichtingen de afgiften daarvan melden. |
Dit is onjuist als er sprake is van een afvalstof. In dat geval moeten alle ontvangsten door de meldingsplichtige Wm-inrichtingen worden gemeld. |
Laatste wijziging | 26-10-2007 / Printdatum | 7-9-2010