|
Inleiding
De gegevens uit AMICE worden ondermeer ook gebruikt voor het opstellen van monitorrapportages voor I&M en de EU. Om de gegevens daarvoor geschikt te maken wordt ondermeer de SBI-codering toegevoegd aan AMICE bedrijfsnummers door de afdeling Beleid & monitoring (B&M). Echter deze SBI-codering kan ook van pas komen voor handhavers bij hun werkzaamheden en onderzoeken.
De SBI-codering is een hiërarchische indeling van economische activiteiten en is opgesteld door het CBS om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. SBI kent meerdere niveaus die aangegeven worden door 4 of 5 cijfers. De eerste 4 cijfers van de SBI-code zijn, op een aantal uitzonderingen na, gelijk aan de Europese NACE. De NACE-code is een cijfercode die door de Europese Unie en haar lidstaten toegekend wordt aan een bepaalde klasse van economische activiteiten (al dan niet commercieel). Dit is bedoeld als hulpmiddel bij het opstellen van economische statistieken en overzichten. Het vijfde cijfer is een Nederlandse variant.
De AMICE bedrijfsnummers worden door de afdeling B&M vanuit een beleidsmatig oogpunt voorzien van een SBI-code. Zij hanteren de economische activiteiten van een bedrijfseenheid. De wijze van B&M met betrekking tot het toedelen van SBI-coderingen, kan voor onderzoeken op detailniveau wellicht een ander beeld schetsen van een bepaalde bedrijfseenheid.
Indelen van AMICE bedrijfsnummers met Standaard Bedrijfsindeling (SBI)
Het doel om AMICE bedrijfsnummers te voorzien van een SBI-codering is om te kunnen bepalen wat de herkomst is van afvalstromen. Voor gebruik in monitorrapportages is het primair ontstaan van afval belangrijk, mede daarom is het gebruik van SBI-codering belangrijk.
Bij het toebedelen van een SBI-code aan een AMICE bedrijfsnummer zijn de activiteiten van een bedrijf bepalend. Indien er twijfel bestaat tussen verschillende SBI-codes dan wel activiteiten, wordt er gekeken naar de afvalstromen van dat bedrijf en wordt aan de hand van het soort afval bepaald welke SBI codering het bedrijf krijgt.
Als voorbeeld uit de praktijk; een tuiniersbedrijf in combinatie met een beheersmaatschappij. Conform de KvK zou dit bedrijf een beheersmaatschappij SBI krijgen (groep 64). Als er naar het soort afval wordt bekeken, in deze situatie organisch afval, wordt bepaald dat dit bedrijf een SBI codering uit sector 1 krijgt toebedeeld. Normaal gesproken komt dit afval niet van een financiële instelling en wordt er in dit geval voor dezelfde SBI codering gekozen als de dochtermaatschappij, het tuinbedrijf. Deze bedrijven bevinden zich beide op de locatie, als dit niet het geval was geweest, was er wellicht voor een ander SBI codering gekozen.
Randvoorwaarden
- Als afvalstoffen vrijkomen in sectoren die volgens de KVK en het CBS behoren tot een bedrijfssector financiële diensverlening en het gaat om grote hoeveelheden, dan betreft het om activiteiten die vermoedelijk uitgevoerd worden door een dochtermaatschappij. Logischerwijs komt in deze sector alleen afval vrij zoals die op een gemiddel kantoor geproduceerd wordt. Er kan hierbij gedacht worden aan bijvoorbeeld gemengd afval, gescheiden ingezameld papier en kunststof, afgedankte elektronica, kleine hoeveelheden kga, kleine hoeveelheden bouw- en sloopafval en snoeiafval. Grotere stromen zijn in deze sector al het bekijken waard, waarbij deze stromen vermoedelijk vrijkomen bij andere activiteiten.
- Een holding en haar onderliggende vestigingen zijn moeilijk te onderscheiden. Onderliggende vestigingen kunnen andere activiteiten hebben. Een SBI-codering kan niet zomaar overgenomen worden van de holding. Zoals in de vorige alinea is aangegeven, de afdeling B&M bekijkt in deze situaties ook naar de afvalstroom en dan met name naar de specifieke ontdoener en de Euralcode in kwestie.
- AMICE bedrijfsnummers die zijn toegepast in een afvalstroomnummer met RI/IR kunnen door B&M minder eenvoudig voorzien worden van een SBI-code. B&M oppert de optie om per route/afvalstroomnummer een indicatieve SBI-code te laten opnemen, maar dit vraagt een fundamentele systeemaanpassing. B&M wil hiermee aangegeven dat alleen als de RI en IR worden afschaft beter kan worden bepaald wie de primaire ontdoener is in een afvalstroom. Dit zal dan ook de toebedeling van een SBI-code aan AMICE bedrijfsnummers sterk kunnen bevorderen. Om dit te bewerkstelligen zou dit betekenen dat de regelgeving aangepast moet worden.
- Tevens kunnen alleen de Nederlandse bedrijfseenheden worden ingedeeld naar een SBI-code. De buitenlandse AMICE bedrijfsnummers kunnen dus niet worden voorzien van een SBI-code. CBS voorziet alleen Nederlandse bedrijfseenheden van een SBI-codering.
- AMICE bedrijfsnummers die verwijzen naar particulieren/consumenten kunnen niet voorzien worden van een SBI-codering. Een SBI-code wordt alleen toebedeeld aan bedrijfseenheden.
Conclusies
B&M genereert informatie om beleid te monitoren en te adviseren. Mede hierdoor is de SBI-code die wordt toegepast door B&M, meer toegespitst op beleidsmatig niveau dan voor handhavingsdoeleinden. B&M categoriseert een bedrijf naar een bepaalde SBI-code waarbij wordt gekeken naar de activiteiten van het betreffende bedrijf in relatie naar het verwerken van afval.
|